Arbeid

Als er over de term gastarbeider wordt gesproken, zegt men vrijwel altijd: ‘Och, dat is iets van vroeger. Dat hebben we nu niet meer!’

Ik dacht dat ook altijd. Ik wist wel dat er in bepaalde landen geen werk is en dat mensen daarom hier naartoe komen om te werken. Maar het beeld van de klassieke gastarbeider – mensen die hier naartoe worden gehaald om klusjes op te knappen die wij niet willen doen – kan ik niet rijmen met Nederland in deze tijd. Wij voelen ons tegenwoordig toch niet meer beter dan een ander?

Deze week las ik een artikel in de Volkskrant. Het ging over arbeidsmigranten uit Polen, die door een uitzendbureau aldaar naar Nederland worden gestuurd om te werken. Dat is een verschil met vroeger: toen wierf de Nederlandse overheid mensen uit Zuid-Europa en nog zuidelijkere landen, omdat wij er belang bij hadden. Verder zijn er weinig verschillen met nu.

Allereest is het werk dat ze doen op z’n minst vreemd. Ze liggen bijvoorbeeld hele dagen op hun buik op een landbouwmachine, men noemt het een vliegtuig, die wordt voortgetrokken door een tractor. Ze wieden op die manier onkruid. Bizar. Dat is werk waarvan ik verwachtte dat het allang geautomatiseerd was. Er zijn toch ook volautomatische stofzuigers? De plek waar ze hun vrije tijd moeten doorbrengen, is geregeld door het uitzendbureau waar ze onder valse voorwendselen (het is een super agency!) mee in zee zijn gegaan. Het is een ouwe studentenflat die al jaren op nominatie staat om gesloopt te worden. Het is er vies en smoezelig, maar de huisbaas (die zijn pand weer verhuurt aan de verschillende uitzendbureaus) vindt dat de migranten daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Hij geeft ondertussen toe dat het inderdaad niet allemaal geweldig is, maar hij hoopt tegelijk ook dat de panden in 2023 niet afgekeurd worden, want ze hebben kosten van de renovatie gehad en ‘die moet je er wel uithalen’.

Daarnaast zijn er nog meer gewetenloze lui in het spel. De migranten worden regelmatig ontslagen. Hiervoor zijn uiteenlopende redenen, maar ze zijn allemaal enigszins duister. Iemand uit het complex kreeg bijvoorbeeld ontslag, omdat hij had gebraakt op het toilet. Hij was ziek, maar ging toch werken. Zoiets heet inzet, moet iemand daarvoor ontslagen worden? Maar hij moest opdonderen, zonder pardon. Meteen daarna werd hij door het Poolse uitzendbureau uit zijn kamer gezet, omdat dit dus allemaal met elkaar in verbinding staat.

In dit geval stak FNV Vakbond hier een stokje voor. Zij zijn eigenlijk de enige partij die iets kunnen doen. Dankzij de vakbond worden er nu ook verbeteringen getroffen in het wooncomplex. Dat dit niet eerder is gebeurd, wijt een baas van één van de uitzendbureaus aan het feit dat migranten niet weten waar ze moeten aankloppen. Juist. Hij doet dus alsof zijn neus bloedt.

Ik ben ervan onder de indruk. Niet in de laatste plaats omdat deze mensen geen gelukszoekers zijn. Ze zoeken werk en gaan met een uitzendbureau in zee dat ze naar Nederland stuurt, omdat daar toevallig werk is waarvoor de beroepsbevolking aldaar zijn of haar neus ophaalt. Ze pikken dus geen werk in van de Nederlanders. De migranten, die hier niet voor hun lol zijn, worden ook nog eens met de nek aangekeken door de mensen waar ze afhankelijk van zijn. Laten wij dat in ieder geval niet doen. Dan hebben ze in ieder geval nog een beetje het gevoel dat ze gewaardeerd worden.

Loop naar de maan

De Chinezen gaan naar Mars. Ze hebben deze week een raket gelanceerd. Ze zijn niet de enige. De Verenigde Arabische Emiraten hebben een satelliet naar Mars gestuurd en de NASA lanceert binnenkort ook een raket. Daarnaast schijnt de eerste bemande vlucht naar de planeet aanstaande te zijn. Maar waarom zouden we naar andere planeten willen als we hier de toestand nog niet eens onder controle hebben?

Van de warme samenleving die we in het voorjaar hadden, waarin rekening met elkaar werd gehouden, is weinig overgebleven. Het is ieder voor zich, meer dan ooit. Ik hoorde iemand zeggen dat je er gewoon iets van moet zeggen als mensen geen afstand houden. Dat is onbegonnen werk. Op straat houdt echt niemand er rekening mee en de supermarkt loopt ieder moment van de dag over van de mensen. Hele gezinnen gaan tegelijk naar binnen. Bij de deur wordt overigens wel digitaal geteld hoeveel mensen er binnen zijn. Vijfennegentig is het maximale aantal. Maar de teller blijft altijd steken op vijf. Prettig geregeld.

Maar ook elders is het huilen met de pet op. Op het vakantiepark waar ik op dit moment verblijf, gaan hele families samen op vakantie. Ik wind mij erover op, zeker omdat de overheid het sinds een tijdje niet meer sterk afraadt. Men mag gewoon weer bij elkaar in de auto, dus blijkbaar ook bij elkaar in huis. Ondertussen hebben de families plezier. Ze doen zich tegoed aan meer drank dan ooit. Ze lallen en lachen. De kinderen worden ondertussen vermaakt met geestdodende liedjes als Tsjoe Tsjoe Wa, Tjsoe Tjsoe Wa Wa Wa. En ik ook, want het staat hartstikke hard aan. Maar er is geen enkele reden tot feesten. Ik heb af en toe zin om gewoon een potje te gaan gillen, misschien maakt dat indruk.

Op sociale media passeren iedere dag de meest lachwekkende complottheorieën de revue. Zelfs een prominent deed er deze week aan mee. Waarom worden experts niet geloofd? Waarom denken zoveel mensen die totaal geen verstand van zaken hebben het beter te weten? Wat is dat voor miskenning van de wetenschap? Luister nou naar die experts, van Marion Koopmans tot Maurice de Hond. Ze vertellen allebei iets anders, maar weten waar ze over praten.

Zou dit alles me extra opvallen omdat we dit voorjaar extreem goed met elkaar om gingen? Voor corona was de wereld toch niet zo egoïstisch en onnadenkend als nu? Het zal wel aan mij liggen. Ach, die ruimtevaart is misschien zo slecht nog niet. Ik kan mezelf altijd nog naar Mars laten schieten. Maar nader inzien: bij de buren is het gras altijd groener. Ruimtemannetjes zijn vast ook geen lieverdjes.

Zwarte longen

Op dit moment bevind ik mij op een vakantiepark in eigen land. Dat is voor mij overigens niet anders dan andere jaren: ik kom zelden in het buitenland.

Bijna iedere avond maak ik een wandeling en begeef mij dan ook even naar het centrum. Het is daar dan een gezellige drukte. De anderhalve meter wordt met moeite in acht genomen, maar omdat een groot deel van het pleintje bestaat uit horeca, komt men er daar niet onderuit. Er speelt ook vaak een bandje dat een goede versterker bij zich heeft. Het ding staat zo afgesteld dat het net niet storend is, maar elkaar verstaan lukt niet meer. Dat hoort erbij.

Wat er blijkbaar ook bij hoort, is dat het pleintje vergeven is van de sigarettenrook. Daar stoor ik mij vrijwel altijd aan, en omdat er deze week in het nieuws was dat het aantal rokers onder jongvolwassenen maar niet wil dalen, is dat een goede reden om het er weer eens over te hebben. Als je er eenmaal aan begonnen bent, kom je er blijkbaar moeilijk vanaf. Ik heb overigens geen idee hoe dat voelt. Ik ben niet zo verslavingsgevoelig. Dat jongeren eraan beginnen, moet te maken hebben met stoer willen doen en de vatbaarheid voor hypes op die leeftijd. ‘Als veel klasgenoten het doen, moet ik ook.’ Ook in dit geval ben ik gezegend, want voor dit soort drang om ‘erbij te willen horen’ ben ik totaal ongevoelig.

Het verbaast me wel dat juist jongeren het langst door blijven roken. Het aantal rokers onder volwassenen nam de laatste jaren namelijk af, maar onder mijn leeftijdsgenoten bleef het dus gelijk. Het is blijkbaar verleidelijk om te beginnen en moeilijk om te stoppen. Zijn jongeren minder standvastig of hebben ze gewoon meer stress?

In het gunstigste geval krijgen ze op een zeker moment een longziekte. COPD of zoiets. Ik heb astma. Deze longziekten zijn wat betreft het verloop verschillend (astma is periodiek en COPD is chronisch en met astma kun je oud worden en met COPD worden de klachten steeds erger), maar qua gevoel zal het vergelijkbaar zijn. Regelmatig pijn op de borst, moeite met grote inspanningen en medicijnen moeten gebruiken die nogal negatieve effecten (bijvoorbeeld hartkloppingen en ernstige depressies) kunnen hebben. Zonder meer geen pretje.

Overigens vind ik dat rokers volledig zelf moeten weten wat ze doen, als ik er maar geen last van heb. Sommige rokers vinden dat mensen niet moeten zeiken als ze op een terras een peuk opsteken, want ‘ik ben toch buiten?!’ Tja, maar meeroken doe je toch. Te vaak wordt thee op een terras verpest door iemand die in mijn nabijheid moet gaan zitten paffen. Resultaten van een verslaving.

Het is eigenlijk zielig. Zielig dat er nog mensen zijn die hier hun geld mee willen verdienen. Want dat zijn de echte boosdoeners. De tabaksfabrikanten. Ik zou mezelf niet meer in de spiegel kunnen aankijken. Als je een poging doet om te stoppen, stop dan om deze slinkse fabrikanten te pesten. Ze verkopen willens en wetens gif. Aan jou verdienen die gekken toch zeker geen cent meer?

Op 1 augustus 2020 ook verschenen op GroningerKrant.nl.