Bang

Bij het bijna terziele gegane DWDD gebeurde deze week op de valreep toch nog iets waar iedereen het de volgende dag ‘bij het kopieerapparaat’ over had. Matthijs vertelde dat hij bang is voor snelwegen. En professor Erik Scherder bekende dat hij vliegen vermijdt en bang is voor slechte recensies in de krant.

Men noemde dit gesprek ‘taboedoorbrekend’. Omdat er niet vaak over wordt gesproken schijnbaar. Op televisie dan misschien niet, maar ik was mij er niet van bewust dat er zo’n taboe rust op het uitkomen voor je angsten. Misschien ben ik daar ontzettend naïef in. Maar bang zijn is toch heel normaal? Ik ben er al mijn hele leven erg open over en zou niet anders willen (en kunnen ook niet overigens). 

Waar ik zoal bang voor ben? Ik kan legio dingen opnoemen, maar dan wordt dit een column van meer dan duizend woorden. Ik noem twee willekeurige. Nieuwe situaties bijvoorbeeld, in alle opzichten. Iets wat ik nog nooit gedaan heb, vind ik eng. Ook ben ik, net als Matthijs en Erik, doodsbang voor vliegen. Ik zeg altijd stoer dat ik het niet doe om het milieu te sparen, maar ik zou het ook niet durven. Dat ik het milieu ermee spaar is een fijne bijzaak.

Inmiddels maak ik door niet te vliegen niet minder kans om het coronavirus te krijgen, want de eerste twee Nederlandse besmettingen zijn vastgesteld. Ik schreef eerder deze maand al over het virus. Toen was men enkel bang om de Chinese medemens tegen te komen, maar nu is iedereen potentieel gevaarlijk. Van een eventueel taboe op het uitspreken van angst voor het coronavirus is overigens absoluut geen sprake. Dat is dan weer een angst die ik niet deel. Al is het maar om niet mee te hollen met het angstdrafje van vrijwel alle media op dit moment.

Maar ook omdat onze gezondheidszorg ontzettend goed is. Doktoren kunnen erg veel doen, ziekenhuizen zijn op orde. Het is een fijn idee dat je in Nederland niet aan je lot overgelaten wordt als je die ziekte eenmaal hebt. Daar heb ik alle vertrouwen in. Daarnaast kun je er natuurlijk niks aan veranderen als je het krijgt. Het overkomt je, vermijden is moeilijk mogelijk. We lezen ook alles over sterfgevallen, maar we krijgen weinig mee van de mensen die het virus gewoon overleven. Dus je hebt echt enorme pech als je bij die twee procent hoort die door het virus het loodje legt.

Als het virus nou echt gaat woekeren in Nederland heb ik al een oplossing bedacht: hamsteren en daarna gewoon binnen blijven! Jezelf isoleren is een prima oplossing. Maar daardoor ontstaan dan weer allemaal angsten. Kan ik wel tegen dagenlange eenzaamheid? Heb ik wel genoeg gehamsterd? Komt het virus misschien toch mijn huis binnen door het ventilatiesysteem? Maar angst voor het opkroppen van deze angsten, omdat ik moederziel alleen thuis zit en niet echt tegen iemand aan kan lullen, heb ik niet. Want ik heb gelukkig een wekelijkse column, waardoor ik mijn angsten eruit kan typen. Dus. Tip van de week: zit je je angsten op te kroppen? Begin een wekelijkse column!

Op 29 februari 2020 ook verschenen op GroningerKrant.nl.

Pleerollengevecht

Zeer zelden kijk ik voetbal. Soms moet ik wel. Omdat mijn pa het zit te kijken of omdat het een belangrijke wedstrijd is. Dat laatste komt bijna nooit voor, dus in dit geval zat mijn pa weer eens te kijken. En zo af en toe blijf ik dan enkele minuten naar het beeld staren en vraag ik me af hoe het godsmogelijk is dat die lui hier zoveel geld mee verdienen en dat mensen het echt serieus leuk vinden om naar te kijken. Iedereen z’n pleziertje, maar ik snap het gewoon echt niet. Ik kom waarschijnlijk iets tekort in mijn hersenen.

Ik begrijp dan ook weinig van het spel. Sterker: ik heb er eigenlijk geen lood verstand van. Van de betekenis van buitenspel heb ik uiteraard geen idee. Dat snapt u. Ook de term blessuretijd snap ik niet. Die is bijna net zo lang als één helft. Noem het dan de derde helft. Maar ik weet ook wel dat de derde helft ergens anders gespeeld wordt.

Toch eens een column over voetbal. Niemand dwingt me daartoe, wees gerust, dat doe ik uit volledig vrije wil. Ik zag namelijk iets erg grappigs gebeuren. Ik vond het in ieder geval grappig. Ik viel middenin een wedstrijd. En daar zag ik dat de voetballers niet voetbalden, maar wc-rollen aan het oprapen waren. Die rolden helemaal uit, terwijl ze gegooid werden. Er kwamen steeds meer bij, vanaf de tribune. Die jongens zullen op dat moment toch wel gedacht hebben: ‘Waarom ben ik ook alweer voetballer geworden… Waar doe ik dit nog voor?’ Je houdt met veel publieksgedrag rekening lijkt mij, maar dit zie je niet aankomen.

De voetballers kregen dus geen rookbommen of bekertjes bier naar hun hoofd, er werden geen nazi-liedjes gezongen, maar er werd met rollen toiletpapier gegooid. En als het papier nou nog in brand had gestaan, had ik het gesnapt. Maar het was echt totaal onschuldig met wc-rolletjes gooien. Ik vind het lief.

Ik vraag me wel af hoe ze al die rollen het station binnen hebben gesmokkeld. Allemaal één rol of eentje die alles alleen meeneemt? Maar wat zeg je dan tegen de portier? Ik ben toiletpapierleverancier? Ik ben aan de diarree? Wat ze er nou precies mee willen snap ik ook niet helemaal. Het komt niet hard aan als je het gooit. Misschien gaat het om de troep die het geeft. Die dingen rollen natuurlijk helemaal uit.

De voetballers waren er ongetwijfeld niet blij mee. Maar ik vind het mooi. Maar ik snap ook niets van voetbalhooligans, dus misschien was het ergens voor. Een virusje in Vak S? Als ze dan toch willen gooien, mag het wat mij betreft best vaker. Mooi beeld: voetballers met wc-rollen onder hun arm!

Stormachtig

Het was in vele opzichten een stormachtige week. Voor  u persoonlijk wellicht niet, misschien bent u maar één keer van de fiets gewaaid en valt u dat erg mee, maar zeker wel voor ‘de waan van de dag’. 

Er kwam veel tegelijk. Een relletje over een chocoladebol, een reeks brieven die spontaan ontploften en boeren die aankondigden dat ze met trekkers over politieauto’s heen gaan rijden.

Maar woensdag kwam natuurlijk het nieuws dat Matthijs van Nieuwkerk stopt met De Wereld Draait Door. Een programma dat al driekwart van mijn leven bestaat, een fenomeen, televisiegeschiedenis. Ook als je het programma niets vindt kun je onder dat laatste toch niet uit. Naast vele hartverwarmende reacties was Twitterend Nederland blij dat ‘de linkse kakkerlakken eindelijk eens de mond wordt gesnoerd’ en ‘blij dat de presentator van De Wereld GRAAIT Door het eens voor gezien houdt.’ En door.

Het leek wel of het nieuws zich deze week sneller ontwikkelde dan anders, het kwam bij mij in ieder geval allemaal harder aan. Misschien omdat het met honderddertig kilometer per uur tegen m’n harses vloog? Het is namelijk sinds zondagochtend niet meer opgehouden met waaien. Deze keer had de storm, die zondagavond haar hoogtepunt bereikte maar nog steeds nagalmt, ook een naam: Ciara. Onze onstuitbare wens om alles een mensennaam te geven (onszelf, dieren, planten, straten, onze geslachtsdelen) is naar Amerikaans voorbeeld verder uitgebreid.

Het Coronavirus dus ook. De Chinezen in Nederland doen hun beklag dat ze worden nageroepen op straat en dat mensen bang zijn hen te passeren. Omdat ze potentieel besmet zouden kunnen zijn. Maar dat kunnen wij inmiddels allemaal zijn, omdat de ziekte in onze buurlanden ook voorkomt. Misschien kom ik wel net uit Duitsland waar ik iemand passeerde die in Frankrijk woont en net op vakantie is geweest in China. Het kan allemaal. Maar mensen zijn bang voor de Chinezen. Totaal gestoord, discriminerend en bangebroekerij natuurlijk, dat vind ik ook. Wat ik dan wel opvallend vind, is dat de Chinese scholen in Nederland al weken dicht zijn, omdat men bang is dat er toch eentje met het virus rondloopt. Anderen mogen niet bang zijn voor besmetting, maar zijzelf wel.

Maar ook wel logisch, zij mogen het zeggen, want zij zijn Chinezen en wij niet. Da’s precies hetzelfde als Angela de Jong. Zij schreef in het Algemeen Dagblad dat ‘DWDD zo ergerlijk grachtengordel was, dat je er toch iedere keer weer goeie zin van kreeg’. Maar zij mag het zeggen. Want met haar televisieoptredens is zij inmiddels net zo grachtengordel. Ergerlijk zelfs, zo u wilt.