Facebookclubje

Bent u ooit benieuwd geweest hoe het is om een Facebookgroep te beheren? Ik ga het uit de doeken doen, want ik beheer er al zeven jaar eentje. Detail vooraf: hoe ouder ik word, hoe infantieler ik het vind.

Want waarom zou je met z’n allen in een Facebookgroep gaan zitten en daar dan tot in den treure dezelfde soort berichtjes in zetten? Omdat het gezellig is waarschijnlijk. Soms komen er overigens wel echt mooie dingen voorbij. Maar waarom zou je er beheerder van worden? Dat weet ik ook niet zo goed eigenlijk. Toen ik de groep oprichtte, was ik veertien jaar. Niet echt een leeftijd waarop je helder nadenkt, zo blijkt. Ik dacht dat het met honderd leden wel bekeken zou zijn.

Maar het onderwerp van de groep deed eigenlijk vanaf het begin al vermoeden dat het groots zou kunnen worden. Het is namelijk speciaal voor de liefhebbers van één van de Waddeneilanden. Deze worden met de jaren steeds populairder en dat heb ik geweten. Op het moment van schrijven telt de groep 12.484 leden. Ruim twaalfduizend zielen! En iedere dag komen er gemiddeld vijftig nieuwe leden bij.

Je zou kunnen zeggen dat het uit de hand is gelopen. Des te meer omdat ik er als beheerder steeds meer moeite mee heb om het allemaal netjes te houden. Er ontstaan de heftigste discussies naar aanleiding van de kleinste dingen. Als er bijvoorbeeld een vraag gesteld wordt, vindt een ander dat dit een oliedomme vraag is. Het fascinerende aan Facebook is, dat iedere mening wordt uitgesproken, waardoor er in mum van tijd honderddertig reacties onder het bericht staan. Als ik dit als beheerder een halt toeroep, ben ik algauw een paardenlul. “We mogen toch wel een goede discussie voeren?” Als ik het niet verwijder, is de andere partij weer op de teentjes getrapt. “Ik word uitgescholden, boehoeoeoe!” Het ging laatst zelfs zo ver, dat iemand dreigde mij in andere Waddeneilandgroepen (ja, die bestaan ook) zwart te gaan maken, omdat ik een ‘akelig, narcistisch figuur’ ben. Voor de duidelijkheid: het gaat hier nog steeds om een hobby- en vakantiegroep op Facebook.

Gelukkig word ik ook een handje geholpen. Sommige leden rapporteren berichten, zodat ik kan beoordelen of deze in de groep thuishoren. Dat is vaak niet het geval. Het is fijn dat ze me helpen, want twaalfduizend virtuele leden in bedwang houden is iets dat ik onderschatte. Toch is er in zeven jaar nog meer veranderd op de sociale media. Facebook verwijderde deze week eigenhandig een sfeerimpressie van de plaatselijke Sinterklaasintocht van vorig jaar, dat in de groep was geplaatst. Met Zwarte Pieten.

Maar wacht eens even. Mark en Facebook gaan nog strenger controleren op materiaal dat volgens hen niet door de beugel kan. Zou Facebook deze column dan ook niet accepteren op hun website, omdat ik Facebook niet bepaald de hemel in prijs? En zou het ook worden gerapporteerd door behulpzame leden in mijn groep? Ik zou het nog best geestig vinden ook.

Op de planken!

Een mooi moment deze week: ik ben terug in het theater! Sinds de coronacrisis heb ik geen toneelvloer meer belopen en ik snakte er zo langzamerhand weer naar. Het repeteren was heerlijk en omdat we dit weekend eindelijk gaan spelen, gaat mijn hart sneller bonken. Maar onder de vrolijkheid schuilt natuurlijk een flinke bak ellende.

Echt lekker verdienen lukt in het theater niet. Dat weet je wanneer je eraan begint, en het is ook helemaal niet nodig. Als je houdt van je vak, neem je daar genoegen mee. Maar het is nu wel heel erg. Zo erg dat je er niet van rond kunt komen, terwijl dat voorheen wel kon. De betreffende voorstelling zouden we voor de coronacrisis twee keer gespeeld hebben. Nu doen we het zeven keer. We waren al uitverkocht, dus we moeten al het publiek kunnen bedienen. Heel eerlijk gezegd vind ik het heerlijk om veel vaker te spelen. Ik zit dan beter in het stuk en daar wordt het voor het publiek en voor mijzelf veel leuker van. Maar toch heb ik makkelijk praten. Van theater hoef ik op dit moment niet te leven. Als dat wel zo zou zijn, zou ik andere klussen potentieel mis kunnen lopen, doordat we deze voorstelling vaker spelen. Maar ja, dat is niet aan de orde. Die andere klussen zijn er namelijk niet. Om het werkeloze bestaan op te vangen, ben ik een studie gaan doen. Journalistiek. Dat was ik voor corona weliswaar ook al van plan, maar de crisis gaf me het laatste zetje.

Ik zag de bui namelijk al hangen. Nog steeds is heel veel afgelast of uitgesteld en is de toekomst niet rooskleurig. Zolang anderhalve meter afstand de norm blijft, zijn de zalen heel erg leeg. En dat gaat alleen nog maar over de theaters. Grote evenementen zijn helemaal uit den boze. Er zou wellicht, met uitzicht op een vaccin, iets gepland kunnen worden voor het najaar van 2021, maar dat durven festivalorganisaties niet aan. Verzekeringsmaatschappijen keren vanaf volgend jaar niet meer uit in het geval van een pandemie. Zowel het heden als de toekomst van de festivalindustrie valt daarmee in duigen. Duizenden mensen op straat, zoals in veel meer sectoren het geval is trouwens.

Ook in de theaterzalen is het aanpassen geblazen. De één gaat er anders mee om dan de ander. Het theater waar wij zaterdag en zondag spelen is voor de ‘gelegenheid’ volledig verbouwd. Geen lege stoelen, maar een volle zaal. Alle stoelen die leeg zouden blijven, zijn gewoon weggehaald. Er is een soort Rouge ingericht. Heel sfeervol en bovendien is er slim ingespeeld op de noodsituatie. Maar ook voor theaters is deze natuurlijk op den duur onhoudbaar.

Al die theatermedewerkers moeten opgevrolijkt worden. Hoe doe je dat? Door een avondje naar een theatervoorstelling te gaan bijvoorbeeld. Er even helemaal uit. Maar ja, dat is sinds maart ook de plek van zoveel problemen. Is het dan nog wel leuk om er te zijn? Toch spelen wij onze voorstelling – met hierin veel grappige momenten – even vrolijk als altijd. Want al eeuwen geldt hetzelfde: humor is zelfs in de meest penibele situaties het beste redmiddel.

In Amsterdam, Amsterdam…

Wim Sonneveld zong ooit: “Niemand kan zich beter wensen, dan een Amsterdammer te zijn…” Dat is bijkans zestig jaar geleden. Tegenwoordig kun je beter wensen dat je geen Amsterdammer bent, want de stad wordt getroffen door een opeenstapeling van kommer en kwel. Als je niet met corona besmet raakt, moet je wel naar de voedselbank en als je met wat mazzel toch genoeg te eten hebt, zakt de grond tijdens een stadswandeling plotseling onder je vandaan en lig je te poedelen in de gracht. Is het een kwestie van tijd voordat heel Amsterdam wegzakt en vergaat in de eigen welvaart?

Want dit is niet de enige rampspoed waar de stad mee te maken krijgt of al heeft. In de Volkskrant van gisteren stond een bericht dat pijnlijk duidelijk maakte hoe het met Schiphol gesteld is. En waar is de grootste luchthaven van Nederland? In de gemeente Amsterdam. Het vliegverkeer komt weer wat op gang, maar veel kisten vliegen halfleeg rond. Vliegtuigen zijn namelijk gemaakt om te vliegen, dus moeten ze dat ook. Vliegen is goedkoper dan stilstaan. Als ze stilstaan, moet er constant onderhoud aan gepleegd worden. De CO2-uitstoot is weliswaar minder (de vliegtuigen zijn minder zwaar, dus gebruiken ze minder kerosine), maar de ecologische belasting per passagier is flink gestegen. Ondertussen maken de maatschappijen geen winst. Veel kisten die nieuw waren besteld bij de giganten Airbus en Boeing, zijn inmiddels afbesteld. Er is geen geld voor.

Daardoor blijven veel maatschappijen dus met oude vliegtuigjes rondvliegen, die ook nog eens teveel stilgestaan hebben. Dat zorgt voor nog een extra gevaar voor de toch al zo gekwelde Amsterdammers: die oude, afgeschreven kisten hebben een grotere kans om neer te storten en het zou mij niks verbazen als dat ook gaat gebeuren. Ze donderen dan op het centrum. ‘KLM bombardeert onbedoeld centrum Amsterdam met eigen vliegtuigen’ zou zomaar eens een krantenkop kunnen worden.

Alsof dat nog niet genoeg is, heeft het CDA ook boze plannen. Ze willen prostitutie gaan verbieden. Als dat zou gebeuren, kunnen de Wallen wel sluiten, en daarmee ook de toeristenbranche. Want al maak je geen gebruik van de diensten van de dames, men neemt graag een kijkje in de donkerrood verlichte straatjes. Zonder deze attractie is een bezoekje aan Amsterdam voor velen incompleet, en dus zullen de toeristen wegblijven. Dan zitten de Amsterdammers helemaal aan de grond.  

Wat een rampspoed. Is dit hele gebeuren een voorbode op wat de rest van het land te wachten staat? Een grote malaise, in vele opzichten? De rest van het land heeft dan weliswaar geen Schiphol of veel prostitutie, maar overal kan ellende de kop opsteken. Alle nieuwe verschijnselen bereiken immers eerst Amsterdam, voordat de rest van het land er lucht van krijgt, toch? Behalve dan met corona, bedenk ik me nu. Dat begon in het Brabantse Loon op Zand. Is die plaats sinds dit jaar dan de leidraad voor het landelijk welzijn? Dat is vast beter dan wanneer Amsterdam dit is. Daar is het leven vast goed.