Halt! Buurtpreventie!

Ooit gehoord van de buurtpreventie? Steeds meer dorpen en woongemeenschappen hebben het. Ik ondervond de aanwezigheid ervan afgelopen week aan den lijve.

Voor mijn YouTube-serie over de plekken waar mijn voorouders gewoond hebben, was ik afgelopen maandag in het noorden van Overijssel. Daar woonden mijn overgrootouders. Ik schoot wat sfeerbeelden van de omgeving en van het desbetreffende huis. Aan de overkant van de straat zag ik een man staan die wat argwanend naar me keek. Toen ik terugliep naar de auto, kwam hij me op een drafje tegemoet. “Hallo, kan’k die erg’ns mit help’n?”, vroeg hij me. Mijn hersenen verbinden deze uitspraak vrijwel direct met een winkel. Als een opdringerige verkoper me twee seconden na binnenkomst al in m’n nek hijgt met deze vraag, antwoord ik meestal: “Nou, nee hoor. Ik kijk even rond.” Dus dat deed ik nu ook. Even kijken of hij wel van een lolletje hield.

Zonder enige vorm van humor vervolgde hij: “Nou, omdad’de fodo’s stai’t te mak’n…” Ik begreep natuurlijk wel dat het er niet alledaags uitzag. Daarom legde ik het doel uit, maar de man bleef bloedserieus. “We heb’t hier de leste tied nogal veul inbrak’n,” mompelde hij kortaf. Vluchtig zei ik dat ik volkomen ongevaarlijk was en lachte daarbij uitgebreid, maar kreeg in de gaten dat dit geen zin had. In zijn ogen was ik al een gevaarlijke inbreker. Toen zei ik maar dat het goed was dat hij het vroeg en ging gauw weg.

Overigens had ik tot dat moment niet door dat ik met iemand van de buurtpreventie te maken had. Pas toen ik de echte dorpskern inreed, viel mij het bordje Attentie! WhatsApp Buurtpreventie! op. Toen viel bij mij het kwartje. Die man waarborgde de veiligheid in de buurt! Het deed me direct denken aan een artikel in de Volkskrant van onlangs. Dat was een goed stuk over buurtpreventie in Tilburg. De bordjes worden vaak aangevuld met de beeltenis van een boef. Ik dacht dat de buurtpreventie alleen voor het melden van verdachte situaties was, maar ze doet veel meer, bleek uit het verhaal in de krant. Ze spreken mensen aan op hun gedrag bijvoorbeeld, zeker nu er anderhalve meter afstand gehouden moet worden. En als er in de buurt vreemde voorwerpen op straat staan, zoals in een in het artikel genoemde winkelkarretje en een betonblok, waarschuwen ze de politie.

Het is goed dat de buurtpreventie bestaat. Deze mensen zijn in het dorp vaak erg geliefd, omdat ze met iedereen begaan zijn. Geliefder dan agenten waarschijnlijk, omdat ze gewoon in het dorp wonen en geen afschrikkend uniform dragen. Maar zouden deze mensen toch niet beter begeleid kunnen worden? Zeker als het vaker gaat zoals bij mij. Als gast in een gemeenschap voel je je dan niet echt welkom. Ze zijn toch min of meer een assistent van de politie. En de politie is je beste vriend. Moeten ze geen certificaat krijgen? Een button op de borst, met ‘Hallo, ik ben van de buurtpreventie. Waarmee kan ik je helpen?’ Hoeven ze dat ook niet meer te vragen, dat lees je dan al. Is voor iedereen beter. Oh nee, met een certificaat en een herkenbaar plaatje lijken ze ineens verdomd veel op een boa. Dat moet je ook niet willen tegenwoordig.

De nieuwe toerist

Zo, dat was ‘m dan weer. De zomervakantie zit erop. Ik ben ieder jaar vrijwel de hele zomer op Texel, maar dit jaar was het anders. Ik heb gelachen, ik heb me enorm geërgerd en ik heb me verbaasd. Een bloemlezing van een Waddeneiland in coronatijd.

Normaal gesproken heb je op Texel twee soorten toeristen: de wandelende en fietsende toerist die ervan houdt om in eigen land op vakantie te gaan, en de Duitsers. Zij rijden veelal met de auto over het eiland. Dat is waarschijnlijk ook één van de redenen dat ze hier zijn, want op de meeste Duitse Waddeneilanden zijn auto’s uit den boze. Deze zomer was er een extra groep. Namelijk de ik-was-liever-naar-Spanje-gegaan-maar-zit-nu-verdorie-op-dat-duffe-Texel-groep. Deze mensen waren makkelijk te herkennen. Ze namen bijvoorbeeld een gettoblaster van een meter hoog mee, om het hele vakantiepark om één uur ’s nachts te kunnen voorzien van muziek. Ik ben sinds deze vakantie volledig op de hoogte van alle hits van dit moment. Ook kan ik de lijst met piraten-plaatjes feilloos opdreunen, want ook deze categorie draaiden ze met graagte.

Als ze geen muziek door hun boxen lieten schallen, leerden ze hun kroost iets. Voetballen bijvoorbeeld. Ze trachtten hierbij het niveau van Louis van Gaal te halen. De profvoetballer in spé die afgelopen vakantie vlakbij mij zat, was inmiddels bezig met het leren van voetbalstof voor gevorderden. Dat werd duidelijk uit de wijsheden die de vader zijn zoon bijbracht: “Zo moet je iemand niet sliden! Dat ventje pakte die ander gisteren recht op z’n knie en die knakte naar achteren! Smerige overtreding! Je moet iemand híer raken. Dan gaat ‘ie wel neer, maar zonder ernstige blessure.” Dit alles werd hem uitgelegd op een grasveldje van twee bij drie. Hij komt er wel, met zo’n deskundige vader.

Op het strand herkende je de nieuwe toeristen ook meteen. Je trof ze direct aan als je het strand op liep. Poepiebruin, getatoeëerd en opgepompt. Ze ploften met z’n allen vlak naast de strandopgang neer, mét welbekende gettoblaster en verzameling voetballen. Ze waren met veel en konden tijdens de hittegolf van de afgelopen twee weken hun lol op. Op de kleur van de zee na deed alles op Texel denken aan Spanje. De Noordzee is inmiddels net zo sterk vervuild. Men liep het water in met een sigaret en kwam er zonder weer uit. Ik rende daar altijd als een gek voorbij. Een stil strand is namelijk niet ver weg. Vijfhonderd meter verderop heerste er al een serene rust.

Door te rennen tijdens een hittegolf, vergroot de kans op oververhitting, dus als ik ver genoeg weggerend was, plonsde ik vrijwel direct het water in. Maar op een goeie dag was ik per abuis de verkeerde kant op gerend. Toen ik boven water kwam, merkte ik dat ik op een nudistenstrand was beland. Daar wandelde men poedelnaakt met alleen een tasje om de arm om een telefoon in te kunnen opbergen. Waarschijnlijk om de stappen te kunnen tellen. Maar rustig dat het er was!

Waarschijnlijk kan iedereen volgend jaar weer gaan en staan waar ‘ie wil. Als dat niet het geval is – en Texel wederom verandert in een feestparadijs – ga ik weer naar dat naaktstrand. Ik zie liever zwabberende geslachten, dan dat ik constant het gevoel heb dat ik in het buitenland ben. Ik blijf niet voor niks in Nederland!

Groeten uit…

Laatst schrok ik me een ongeluk, want ik kreeg een ansichtkaart via de post. Zo’n handgeschreven kaartje met postzegel. Het is lang geleden dat ik er eentje ontving. Sinds we opgezadeld zitten met het coronavirus is de populariteit van het bedrukte kartonnetje weer wat gegroeid.

Ik schrok temeer, omdat er bij het kaartje een brief van PostNL zat. Ze deelden mede dat er een te laag bedrag aan postzegels op het kaartje was geplakt, waardoor er portokosten betaald moesten worden. Doordat de afzender zijn postcode niet op de kaart had gezet, moest ik dit betalen. Gloeiende, had gewoon een mailtje gestuurd! Op deze manier is het helemaal niet aangenaam om een kaartje te krijgen. Aan de andere kant ging het ‘maar’ om drie euro vierenvijftig.

Toch gaat het mij om het principe. Ik moet betalen omdat een ander – die overigens best origineel is, want het zoveelste appje maakt minder indruk dan een ansicht – niet op zit te letten. Dit is, naar ik aanneem, één van de redenen dat brieven en kaartjes versturen voor de coronacrisis zo impopulair was en eigenlijk nog steeds is. Want na corona houden we er waarschijnlijk gewoon weer mee op. Hiervan ligt de schuld wellicht bij PostNL zelf. Het is vrij onrechtvaardig om iemand een boete te laten betalen voor iets waar hij of zij niks aan kan doen.

Dat je eerst zo’n kaartje moet kopen, is nog tot daaraantoe. Dat kun je in de supermarkt doen, als je er toch bent. Maar dan komt het: je gaat naar huis, schrijft het kaartje, plakt de postzegel erop (als je dat niet vergeet tenminste!) en wil de brief dan posten. Maar omdat de brievenbussen grotendeels uit het straatbeeld zijn verdwenen, heb je eigenlijk geen idee waar je er eentje kan vinden. Ook daarom is de ansicht niet meer geliefd. Mensen hebben geen zin om eerst op internet te zoeken waar een brievenbus is en ze hebben er al helemaal geen trek in om er dan ook nog speciaal naartoe te gaan. Veel te omslachtig als je ook een appje of mailtje kan sturen. En ja, je kunt een kaartje via internet versturen. Je kunt ‘m dan beschrijven met een fleurig lettertype en online laten verzenden. Komt geen brievenbus, postzegel of pen aan te pas. Maar het is natuurlijk veel leuker om iemands handschrift te kunnen zien. En door de onleesbaarheid van het handschrift moeten gissen naar wat de afzender opgeschreven heeft. Dat heeft charme.

Die ouderwetse ansichtkaart versturen moet toch anders kunnen? In tegenstelling tot briefpost zijn pakketten wel erg populair. Waarom wordt de pakketbezorger niet multi-inzetbaar als het gaat om brieven? Hij is het al min of meer doordat hij pakketjes die retour moeten ook weer ophaalt. Je zou toch ook briefpost aan hem moeten kunnen meegeven? Het kan natuurlijk zijn dat je nooit pakketjes verstuurd of ontvangt, maar ook dan zou je gebruik moeten kunnen maken van de brievendienst, door de bezorger op te piepen met een app. Hij is er toch wel, omdat hij dagelijks door de straat rijdt. Zelfs op zondag.

En hij kan nog iets. Je een helpende hand bieden als je iets vergeten bent. Hij kan je attenderen op het plakken van een postzegel, ik noem maar wat.