Mooi geweest

Het is hommeles bij het voetbalpraatjesprogramma Veronica Inside. Ga ik het er echt over hebben? Ja. Maar niet over die hele ruzie. Dat interesseert me eerlijk gezegd weinig. Ik ga het hebben over de aanleiding: de voortdurend verkeerd vallende grapjes in het programma.

Ik heb er begrip voor dat er nu ophef over de opmerkingen van Derksen en Van der Gijp ontstaat. Ze maken al jaren grappen die volgens sommigen niet echt kunnen. Op een gegeven moment barst dan de bom. Ze maakten niet alleen grappen die in verband staan met racisme, maar ook grollen van een andere aard. Ze balanceren daarmee net op het randje en ik houd daar eerlijk gezegd wel van. Maar ik heb makkelijk praten. Ik ben een gewone blanke Hollander. Ik weet niet hoe dat voelt.

Niet op die manier tenminste. Wel op mijn eigen manier. Door problemen van niet-racistische aard. Als ik bijvoorbeeld aan mensen die ik niet ken moet uitleggen dat ik een gluten-allergie heb, ben ik daarna soms het doelwit van leuke grapjes. De verkleinwoordjes worden er dan bijgehaald en ze spreken dan over ‘gluutjes’. Ze vragen dan of dat ook in de lucht kan hangen en of ik daarvan dan ook ziek word. Of ze stellen quasi-onschuldig de vraag of ik er last van zou hebben als ze het stiekem in mijn eten zouden stoppen.

Ja, lachen. Dit voelt voor mij overigens niet als vreselijk vervelend. Ik neem me dan gewoon voor dat deze persoon een ander gevoel voor humor heeft dan ik. En dat is z’n goed recht. Het ligt er ook volledig aan wie het zegt. Van de één kun je het wel hebben, maar van de ander helemaal niet. Zo werkt het bij mij. Ik vind dat je over vrijwel alle denkbare onderwerpen soms een grapje moet kunnen maken.

Maar je moet een keer van ophouden weten. Als het vaker gebeurt, wordt het vervelend en pijnlijk. Daar is het volgens mij misgegaan bij VI. Het lag vooral aan het feit dat de frequentie van ophef veroorzakende grappen veel te hoog lag.

Naar deze onvrede van verschillende mensen werd te vaak niet geluisterd. Dat dit nu een halt toegeroepen is, kan niet zoveel kwaad.

We leven in een tijd waarin uitspraken over racisme en zogeheten ‘minderheden’ allemaal gevoeliger liggen. Dat is goed voor de bewustwording. Op weg naar een betere maatschappij voor iedereen. Maar toch geloof ik niet dat ze bij VI met opzet verkeerde dingen gezegd hebben. Derksen is recalcitrant, neemt geen blad voor de mond, maar is niet gemeen volgens mij. Hij moet alleen beter weten wat hij wel en niet kan zeggen.

Maar wie weet dat op dit moment wel? Het voelt misschien krampachtig om op je woorden te moeten letten, maar ik geloof dat we er profijt van gaan krijgen. Dat levert niet alleen winst op voor de uitingen van racisme, maar überhaupt voor het besef dat het maken van grappen over dingen waar iemand helemaal niks aan kan doen en zeker niet minder om is, op een gegeven moment niet leuk meer zijn. Dat juicht toch iedereen toe?

Buitencategorie

Ik twijfelde enorm of ik een column moest schrijven over het al veelvuldig bewierookte De Wereld Draait Door. Omdat er de laatste tijd al zoveel stukjes over geschreven zijn. Zowel positief als negatief. Toch doe ik het.

Op een paar kritiekpunten na (grachtengordelgezeik, linkse praat en steeds dezelfde gasten) is het programma 15 jaar lang de hemel in geprezen en wat een verrassing: dat ga ik dus niet ontkrachten. Maar waarom schrijf ik er nu al wat over? DWDD stopt pas over drie weken. Er is bij de bekendmaking al veel over geschreven en dat zal als ze gestopt zijn weer gebeuren. Ik spring in de stukjesloze tussenfase. En ik schrijf dit ook, omdat ik afgelopen donderdag een uitzending bijwoonde. Onder het mom van: nu kan het nog! Ik had dat veel eerder moeten doen.

Wat daar gebeurt is echt buitencategorie televisie maken. Van alle opnames die ik ooit bijwoonde was dit de allerbeste. Eigenlijk een ‘gedeelde eerste plaats’ met De Slimste Mens, maar dat is een heel ander genre. Alleen al de binnenkomst in de wachtruimte. Gemoedelijke sfeer, de één eet wat, de ander drinkt wat. Daarna word je naar binnen gelaten. Natuurlijk heb je van die lui die denken dat dringen nodig is, maar niets is minder waar. Plek zat voor iedereen en die plekken worden je toegewezen.

Bij dit soort opnames komt er na binnenkomst in de studio een opnameleider die gaat vertellen dat de telefoontjes uit moeten, omdat je anders voor het hele land voor lul staat. Handig. Dat was nu ook zo. Normaal gezien bazelt zo’n opnameleider dan verder en vertelt drie kwartier grapjes alvorens het programma begint, maar bij dit programma doet de presentator het verder zelf. Matthijs dus. En dat is een hele verbetering. Eigenlijk duurt zo’n uitzending op die manier een half uur langer. Naast een verhaal over het naderende einde van het programma en zijn sindsdien melancholische stemming, stelde hij de gasten op zo’n manier voor dat ze zich gelijk op hun gemak voldoen. Op een manier van: ‘als ik er niet uitkom, redt hij mijn hachje wel’. Daarna liet de tafelheer – in dit geval de Vlaamse dichter Tom Lanoye – helemaal los gaan. Hij droeg alvast een gedicht voor, staande op de tafel. Dit deed hij in de uitzending nog eens, omdat het zo hilarisch was.

Toen werd er, eigenlijk best ongemerkt, live een promo uitgezonden. De losse sfeer die er al hangt, komt dan dus direct over op tv. Dat merkt de kijker en blijft hangen. Matthijs babbelde na de promo met ons verder. Daarna gingen de muzikanten van dienst soundchecken en alvast spelen. En toen begon het ineens. We zaten vijftig minuten voor uitzending al in de studio, maar dat vloog voorbij.

De stemming zat er al zo goed in, dat we in een soort olijke bui de uitzending ingleden. Je bent dan zo blij, dat het zoveelste zogenaamd originele verborgen-camera-programma van Wendy van Dijk tot je grote verbazing nog op de lachspieren werkt ook. We raakten in een soort trance en het is knap als je dat bereikt. Of kwam dat door het rode licht?

De studio is daarnaast hoe dan ook nog gemoedelijk, sfeervol en heeft een niets-moet-alles-mag uitstraling. Het klopt gewoon allemaal. Ik snap nu pas echt waarom dat programma zo’n succes is en binnenkort is geweest. Ik zou dit stuk graag willen besluiten met het advies om het zelf te ontdekken door een opname bij te wonen, maar dat kan niet meer. Tot het einde is alles uitverkocht. Kijk nog een paar afleveringen, hoe uitgekauwd de gasten ook mogen zijn, met dit verhaal in je achterhoofd. Sleutelwoord: buitencategorie.

Bang

Bij het bijna terziele gegane DWDD gebeurde deze week op de valreep toch nog iets waar iedereen het de volgende dag ‘bij het kopieerapparaat’ over had. Matthijs vertelde dat hij bang is voor snelwegen. En professor Erik Scherder bekende dat hij vliegen vermijdt en bang is voor slechte recensies in de krant.

Men noemde dit gesprek ‘taboedoorbrekend’. Omdat er niet vaak over wordt gesproken schijnbaar. Op televisie dan misschien niet, maar ik was mij er niet van bewust dat er zo’n taboe rust op het uitkomen voor je angsten. Misschien ben ik daar ontzettend naïef in. Maar bang zijn is toch heel normaal? Ik ben er al mijn hele leven erg open over en zou niet anders willen (en kunnen ook niet overigens). 

Waar ik zoal bang voor ben? Ik kan legio dingen opnoemen, maar dan wordt dit een column van meer dan duizend woorden. Ik noem twee willekeurige. Nieuwe situaties bijvoorbeeld, in alle opzichten. Iets wat ik nog nooit gedaan heb, vind ik eng. Ook ben ik, net als Matthijs en Erik, doodsbang voor vliegen. Ik zeg altijd stoer dat ik het niet doe om het milieu te sparen, maar ik zou het ook niet durven. Dat ik het milieu ermee spaar is een fijne bijzaak.

Inmiddels maak ik door niet te vliegen niet minder kans om het coronavirus te krijgen, want de eerste twee Nederlandse besmettingen zijn vastgesteld. Ik schreef eerder deze maand al over het virus. Toen was men enkel bang om de Chinese medemens tegen te komen, maar nu is iedereen potentieel gevaarlijk. Van een eventueel taboe op het uitspreken van angst voor het coronavirus is overigens absoluut geen sprake. Dat is dan weer een angst die ik niet deel. Al is het maar om niet mee te hollen met het angstdrafje van vrijwel alle media op dit moment.

Maar ook omdat onze gezondheidszorg ontzettend goed is. Doktoren kunnen erg veel doen, ziekenhuizen zijn op orde. Het is een fijn idee dat je in Nederland niet aan je lot overgelaten wordt als je die ziekte eenmaal hebt. Daar heb ik alle vertrouwen in. Daarnaast kun je er natuurlijk niks aan veranderen als je het krijgt. Het overkomt je, vermijden is moeilijk mogelijk. We lezen ook alles over sterfgevallen, maar we krijgen weinig mee van de mensen die het virus gewoon overleven. Dus je hebt echt enorme pech als je bij die twee procent hoort die door het virus het loodje legt.

Als het virus nou echt gaat woekeren in Nederland heb ik al een oplossing bedacht: hamsteren en daarna gewoon binnen blijven! Jezelf isoleren is een prima oplossing. Maar daardoor ontstaan dan weer allemaal angsten. Kan ik wel tegen dagenlange eenzaamheid? Heb ik wel genoeg gehamsterd? Komt het virus misschien toch mijn huis binnen door het ventilatiesysteem? Maar angst voor het opkroppen van deze angsten, omdat ik moederziel alleen thuis zit en niet echt tegen iemand aan kan lullen, heb ik niet. Want ik heb gelukkig een wekelijkse column, waardoor ik mijn angsten eruit kan typen. Dus. Tip van de week: zit je je angsten op te kroppen? Begin een wekelijkse column!

Op 29 februari 2020 ook verschenen op GroningerKrant.nl.